|
Stadspartij Wageningen wil OV fietsen.
Stadspartij Wageningen wil OV fietsen.Als het aan de Stadspartij ligt dan maakt ook de gemeente Wageningen binnenkort kennis met het fenomeen OV Fiets.
De OV-fiets is een snelle en flexibele huurfiets voor het laatste stukje van de reis naar de plaats van bestemming. “Het is feitelijk een verlengstuk van het openbaar vervoer”, aldus Harald van Roekel. De OV-fiets is een degelijke fiets waar weinig aan kapot kan en geschikt voor elke fietser en kan zowel zakelijk als privé gebruikt worden.
De Stadspartij van mening dat de OV fiets goed aansluit bij de ambitie die enkele partners van de gemeente hebben uitgesproken. Zo wil Wageningen UR voorop lopen met duurzaamheid en de kennisinstelling overweegt het gebruik van fiets en openbaar vervoer te stimuleren door dienstfietsen beschikbaar te stellen voor medewerkers.
De Stadspartij is van mening dat de gemeente zo snel mogelijk Wageningen UR moet benaderen om gezamenlijke initiatieven mogelijk te maken. Samenwerking bied een duidelijke meerwaarde en groeiperspectief.
Verder wijst Van Roekel er op dat het werken aan bereikbaarheid, duurzaamheid en gezondheid een verantwoordelijkheid is van ons allemaal. Het draagt bij aan meer schone lucht in de stad en het helpt mee om het dichtslibben van wegen en de parkeerdruk door het vele dagelijkse verkeer van buiten Wageningen te verminderen. Het zou een versterking zijn van het imago van Wageningen als groene kennisstad.
Stadspartij breekt klimaatdiscussie open
Bij de recente discussie in de commissie Stad van de Wageningse gemeenteraad over het klimaatbeleidsplan van de gemeente Wageningen heeft de Stadspartij aangegeven af te willen van de vrijblijvendheid van het plan. In het plan is de ambitie van Wageningen omschreven om in 2030 klimaatneutraal te zijn.
Het plan geeft aan via welke doelstellingen dat bereikt hoopt te worden. "Wil je een serieuze poging ondernemen om die doelstelling te halen dan zul je van een aantal voorgestelde maatregelen de vrijblijvendheid af moeten halen", aldus Rien Bor van de Stadspartij. "Zolang je bij grote projecten geen verplichtingen oplegt om aan duurzame gebiedsontwikkeling te doen, heb je de uitvoering van de doelstellingen niet in de hand. Ook bij particulieren zou meer druk op besparende maatregelen gelegd moeten worden.
Bor wijst op een motie van de Stadspartij, die al in 2007 in de gemeenteraad is aangenomen, waarin de partij vraagt om meer groene daken toe te passen. Bovendien heeft de Stadspartij voorgesteld meer verplichtende criteria op te nemen om bij nieuwbouw zonnecollectoren, zonneboilers en warmtepompen mogelijk te maken.
In het klimaatplan staan te veel verzoeken om bij de ontwikkeling van projecten hier rekening mee te houden. In de praktijk blijkt dat deze alternatieve energiebronnen te weinig worden toegepast en het woord verzoeken veranderd moet worden in moeten.
Vertekende werkelijkheid.
Op een aantal sites maar ook in de kranten wordt er een behoorlijk vertekend beeld geschetst van de discussie rondom de verruiming van de langdurigheidtoeslag voor minima en het naar voren halen van de betaaldata bij de sociale dienst. Op beide plaatsen wordt gemeld dat de Stadspartij tegen zou zijn. Dit is absoluut onjuist.
De fractie van de Stadspartij heeft zeer nadrukkelijk aangegeven open te staan voor beide voorstellen maar wij willen deze graag meenemen bij de uitwerking van de kaderstelling rond het totale minimabeleid. Het is immers noodzakelijk om vooraf duidelijkheid te hebben over de kwaliteitsverbetering en de kosten. Deze discussie krijgt een verdere uitwerking binnen enkele maanden.
De onbezonnenheid en de ondoordachtheid waarmee zowel Socialistische Partij, GroenLinks, ChristenUnie en verbazingwekkend genoeg ook D66 de voorstellen indienden of ondersteunden kon de Stadspartij niet volgen.
Deze oppositie partijen zijn de realiteit behoorlijk uit het oog aan het verliezen. Dat betreurt de Stadspartij. De Stadspartij zou liever met deze partijen willen samenwerken aan een sociale en gezonde stad. Maar blijkbaar is scoren en tegen zijn om het tegen zijn voor sommigen belangrijker dan het nemen van verantwoordelijkheid.
Door: Harald van Roekel
Stadspartij kijkt verder dan de gemeentegrens.
De fractie van de SP is van mening dat de samenwerking tussen Wageningen, Ede, Rhenen en Veenendaal in de WERV moet zich beperken tot projecten op het vlak van vooral natuur en landbouw. De Stadspartij constateert dat het bij de WERV samenwerking gaat om meer dan alleen natuur en boeren.
Zo kent de WERV een gemeenschappelijke woningmarkt en ook de banenmarkt kent enorm veel raakvlakken. De Stadspartij is van mening dat sociaal-economische factoren minstens zo belangrijk zijn als natuur en bestemmingsplannen.
In tegenstelling tot de SP kijkt de Stadspartij Wageningen wel over de gemeentegrens. "Wij leven niet op een eiland" aldus fractievoorzitter Harald van Roekel. "De SP lijkt hier een keuze te maken om zich te isoleren. Maar neem nou Food Valley: een van de zaken waar wij gemeenschappelijk meer werk van moeten maken.
Verder is het verstandig om uitvoeringszaken die nu nog op lokaal niveau gebeuren eens naast elkaar te leggen om te kijken of er zo kwaliteitswinst is te behalen. Mogelijke financiële meevallers zijn daarbij mooi meegenomen."
Ook het vooraf uitsluiten van Barneveld gaat de Stadspartij veel te ver. Ook hier liggen er kansen voor het oprapen en zou de gemeente Barneveld haar eigen kwaliteiten inbrengen bij een mogelijke samenwerking.
De Stadspartij staat in eerste instantie voor het belang van Wageningen en de Wageningers maar dat wil niet zeggen dat we blind moeten zijn voor kansen in de regio.
Nelly van haren sluit zich aan bij de Stadspartij.
Het Wageningse gemeenteraadslid Nelly van Haren heeft met onmiddellijke ingang besloten zich aan te sluiten bij Stadspartij Wageningen. Mw. Van Haren maakte ruim twee jaar als eenpersoonsfractie deel uit van de gemeenteraad van Wageningen.
De fractie van de Stadspartij is verheugd over haar besluit. “De laatste weken zijn intensieve gesprekken met Mw. Van Haren gevoerd”, aldus fractievoorzitter Harald van Roekel.
“Mw. Van Haren is vooral bij de behandeling van sociale onderwerpen een zeer betrokken raadslid gebleken en haar standpunten passen goed bij het sociaal realistische beleid van de Stadspartij.”
Haar besluit is tevens ingegeven door het gemis aan samenwerking met fractiegenoten en hun feedback. In fractieverband krijg zij meer gelegenheid om zich te concentreren op specifieke onderwerpen.
Verklaring Nelly van Haren.
Na ruim twee jaar als eenpersoonsfractie deel uit gemaakt te hebben van de gemeenteraad van Wageningen, heb ik in overleg besloten mijn raadswerk voort te zetten binnen de fractie van de Stadspartij.
Hoewel het bestaan als eenpersoonsfractie ook voordelen heeft, mis ik al geruime tijd in toenemende mate de samenwerking met fractiegenoten en hun feedback. In fractieverband krijg ik tevens meer de gelegenheid om me te concentreren op specifieke onderwerpen. Vooral dat laatste is voor mij zeer essentieel.
Hoewel ik de landelijke politiek op de voet volg, gaat mijn voorkeur in de gemeente Wageningen, na bijna drie jaar ervaring in de raad, uit naar een lokale partij. Voordeel van een lokale partij is dat landelijke partijpolitiek en ideologische statements niet aan de orde zijn. Mijn ervaring is dat deze aspecten regelmatig een te grote rol spelen bij gevestigde partijen, wat inhoud en uitwerking van onderwerpen niet altijd ten goede komt. Het wordt tijd dat de Wageningse politiek zich gaat concentreren op wat echt goed is voor de stad.
In de afgelopen tijd heb ik diverse goede gesprekken gevoerd met de Stadspartij en geconstateerd dat deze partij goed bezig is. De sociaal realistische koers krijgt veel waardering en ik heb tijdens mijn raadslidmaatschap geconcludeerd dat mijn standpunten op hoofdlijnen veel overeenkomsten vertonen met die van de Stadspartij.
Daarom wil ik mij in ieder geval tot de komende verkiezingen in maart 2010 zo optimaal mogelijk blijven inzetten voor de leefbaarheid van ons stadje. Ik hoop dat zowel de personen die op mij gestemd hebben, als mijn mederaadsleden mijn besluit zullen respecteren.
Zorgen over lokale economische ontwikkeling.
De Stadspartij Wageningen maakt zich ernstig zorgen over de ontwikkeling van de lokale economie. De eerste gevolgen van de wereldwijde economische crisis bij het midden en klein bedrijf lijken zich ook in Wageningen te manifesteren.
De Raad van Bestuur van Wageningen UR heeft in haar nieuwjaarsboodschap aangegeven dat in eerste instantie de gevolgen lijken mee te vallen, maar dat is slechts op de korte termijn. Op de midden en lange termijn lijkt ook Wageningen UR niet te ontkomen aan de recessie. Een afname van onderzoeksopdrachten van derden is zeer waarschijnlijk.
De Stadspartij wil niet lijdzaam toezien en wil samen met andere partijen actie ondernemen om de negatieve effecten om te zetten in positieve maatregelen.
Zo is de Stadspartij van mening dat er nu snel extra werk gemaakt moet worden met het instellen van citymanagement en citymarketing. Deze beide functies zijn essentieel voor een gezond economisch beleid. Bovendien moet worden geïnvesteerd in acquisitie van bedrijven en het ondersteunen van starters.
De Stadspartij is van mening dat er nog meer moet worden geïnvesteerd in scholing en werkgelegenheidstrajecten. Wageningen kan het zich niet veroorloven om achterover te leunen en denken dat de economische crisis aan onze stad voorbij zal gaan.
Aanvullend hebben wij het college de onderstaande vragen gesteld:
1. Deelt het college de zorgen van de Stadspartij?
2. Welke acties gaat het college ondernemen of heeft het college al ondernomen om de gevolgen van de economische crisis op te vangen?
3. Hoe denkt het college, juist in deze tijd, het behoud van werkgelegenheid te bevorderen?
4. Denkt het college er over om via, wellicht versoepelde regelgeving, nieuwe bedrijvigheid aan te trekken?
5. Gaat het college bij grote projecten in de gemeente Wageningen bedrijven stimuleren om juist Wageningse werklozen in dienst te nemen?
6. Heeft het college al stappen ondernomen om in Wageningen Citymanagement te realiseren zoals aan de Stadspartij is toegezegd.
7. Overweegt het college om op korte termijn een discussie te voeren met de gemeenteraad over bovenstaande.
|